Ga naar de inhoud

Snoeien

Allemaal verschillende planten, waaronder:

  • Bomen (normale-, knot,- en leibomen)
  • Vaste planten
  • Struiken en heesters
  • Hagen en bodembedekkers
  • Bosplantsoenen

Hoe willen we dat het eruit ziet?

Het moet voldoen aan het vastgestelde niveau van de gemeenteraad. In Sluis is dat niveau B.

  • Niveau A: staat voor hoogwaardig en representatief. Het is gericht op het behouden van de maximale esthetische en architectonische waarde met een optimaal verzorgd beeld.
  • Niveau B: Netjes en eenduidig. Hier richten we ons op het realiseren van een eenduidig beeld. Hier en daar is er wel iets op aan te merken. Bijvoorbeeld een beperkte mate van onkruidgroei, maar over het algemeen is het vrij netjes.
  • Niveau C: Dit is een sobere inrichting. Het is vooral uitvoeringsgericht en maakt praktisch beheer mogelijk. Het richt zich op een acceptabel, sober beeld waarbij de natuurwaarden en natuurbeleving voorop staan.

Alles wat we snoeien moet aan beeldkwaliteit B voldoen.

Veiligheid voorop

We staan toe dat planten deels uit hun vorm groeien, zolang het niveau B blijft. Veiligheid is het belangrijkst en houden we voortdurend in het oog. Een heg mag dus groeien maar het zicht op de weg of een druk verkeerspunt mag nooit worden belemmerd.

  • We willen dat onze bomen er gezond uitzien. Een boom moet een veilige boomkroon hebben; dus bovenin de boom waar alle takken en bladeren groeien. Knot- en leibomen houden hun vorm.
  • Vaste planten snoeien we zodat ze genoeg ruimte krijgen om te bloeien. Dit zorgt ervoor dat ze gezond blijven en er goed uit blijven zien.
  • Struiken en heesters snoeien we zodat ze hun vorm behouden én het zicht voor de veiligheid niet belemmeren. We staan toe dat ze een klein beetje uit de strakke vorm groeien die ze hebben na het snoeien.
  • Hagen en bodembedekkers snoeien we net als struiken en heesters voor de vorm waarbij we rekening houden met de veiligheid op straat.
  • De bosplantsoenen mogen veel groeien. Dit is beter voor de natuur en zorgt ervoor dat het gezond blijft. We zorgen er wel voor dat het veilig blijft en de uitstraling vanaf de randen wel goed is.

Wat doen we om het gewenste beeld te bereiken?

Het onderhoud van bomen doen we in de winterperiode; van begin december tot eind maart. Door het veranderende weer, kan het voorkomen dat we dit eerder uitvoeren, soms juist later.

We doen het in de winter omdat:

  • Er dan meer tijd is om te snoeien, omdat andere taken in deze periode niet of minder uitgevoerd moeten worden.
  • De bomen in ‘rust’ zijn, wat inhoudt dat de boom minder risico loopt om af te sterven.
  • De bladeren van de takken gevallen zijn, waardoor de takkenstructuur beter te zien is en we kunnen zien welke takken weggehaald kunnen worden.

De vaste planten snoeien we één keer in het jaar rond februari. Het weer kan ervoor zorgen dat we dit eerder óf iets later doen.

Struiken en heesters snoeien we ook één keer in het jaar; rond maart. Ook dan spelen de weersomstandigheden een rol maar het zal altijd rond maart zijn.

Hagen en bodembedekkers snoeien we twee keer per jaar; in de periode mei – juni en in september – oktober.

Bosplantsoenen behandelen we net iets anders. De plantsoenranden van zo’n bos snoeien we in de maand juli. In het bosplantsoen zelf werken we één keer in de zeven tot tien jaar. Dan dunnen we het bosplantsoen uit en/of zetten we het kort. Als we dit doen is dat tussen november tot eind februari.