Ga naar de inhoud

Grassen

Met grassen bedoelen we alle plekken in de gemeente waar grasvelden staan, van kleine stukjes tot grote vlaktes. We hebben in de gemeente verschillende groepen grassen:

  • Begrazing
  • Gazon
  • Ruw gras
  • Schraal gras

Elke groep onderhouden we anders. Dit komt omdat de verschillende grassen andere functies hebben.

Wat voor onderhoud doen we?

Bij begrazing zetten we vee in om het gras laag te houden. Zo onderhouden we deze plekken natuurvriendelijk.

Gazon onderhouden we regelmatig met een grasmaaier. Dit doen we op basis van de afgesproken beeldkwaliteit (B).

Ruw gras is een grasterrein met een verschillend plantenmengsel met wat meer ruw karakter. Schraal gras is meestal laagblijvend en kruidenrijk, met een open structuur.

Wanneer voeren we onderhoud uit?

Bij begrazing laten we het hele jaar rond vee toe om het gras te begrazen.

Gazon maaien we jaarlijks 24 keer. Afhankelijk van de weersomstandigheden kan het zijn dat dit korter na elkaar wordt gedaan, of dat er juist meer tijd tussen zit.

Ruw gras maaien we jaarlijks 1 tot 6 keer. Ook hier spelen de weeromstandigheden een rol. Het gras zal altijd moeten voldoen aan beeldkwaliteit B.

Schraal gras maaien we elk jaar 1 tot 2 keer. Dit is het enige type gras waarbij we het gemaaide gras afvoeren. Als we dit zouden laten liggen, voegt dit voedingsstoffen toe aan de grond. Dat zorgt voor groeiomstandigheden waar andere planten op zullen groeien dan wanneer we het schraal houden. Schraalheid zorgt voor de groei van planten die van weinig voeding houden. Zo krijgen we veel verschillende planten op één plaats en dus veel biodiversiteit.