Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's die ontstaan voor de omgeving ten gevolge van het gebruik, de opslag en de productie van gevaarlijke stoffen (inrichtingen), het transport van gevaarlijke stoffen (buisleidingen, waterwegen en spoorwegen) en het gebruik van luchthavens. In het kader van dit beleid zijn maximaal toelaatbare waarden geformuleerd voor het individuele en voor het groepsrisico.
Productie, vervoer en opslag van gevaarlijke stoffen leveren
risico's op voor mens en milieu, zeker in een dichtbevolkt land
als Nederland. Die veiligheidsrisico's zijn nooit helemaal weg
te nemen. Nederland helemaal veilig maken, is niet te betalen en
praktisch niet haalbaar. Daarom maakt de overheid steeds een
afweging tussen veiligheid, haalbaarheid en kosten. Daarbij wil de
overheid er alles aan doen om de risico's zoveel mogelijk te
beperken.
Productie en bijvoorbeeld vervoer van gevaarlijke stoffen leggen
ook beperkingen op aan de directe omgeving en dus de ruimtelijke
ontwikkeling. Zo zijn tussen munitiedepots en woningen
veiligheidsafstanden nodig. Aan de andere kant wil de overheid de
schaarse ruimte zo efficiënt mogelijk benutten. Het ruimtelijk
beleid en het externe veiligheidsbeleid moeten dus goed worden
afgestemd. Ook daarover gaat het externeveiligheidsbeleid.