|
|
|
Aardenburg is bijna 2.000 jaar oud. De Romeinen stichtten er een groot fort. In de middeleeuwen was Aardenburg een forse, bedrijvige en rumoerige Vlaamse havenstad. Het Romeinse en middeleeuwse verleden is nog altijd zichtbaar. Talrijke archeologische vondsten zijn te bewonderen in het Gemeentelijk Archeologisch Museum. U herkent het verleden ook nog altijd in het straatbeeld: een Romeins poortgebouw (op dezelfde plaats als waar het 2.000 jaar geleden stond), een maquette van het Romeinse fort, een mijlpaal, mozaïeken, een skatebaan met Romeinse tempel, muurschilderingen met historische taferelen en Middeleeuwse uithangborden.
Het stoere vissersdorp Breskens, aan de monding van de Schelde, is volop in beweging. Letterlijk, want het hart van Breskens ondergaat een complete metamorfose. Het Oranjeplein is opgeknapt, de dijk verlegd, het haventerrein heringericht en er is een looplijn gerealiseerd. Wie de looplijn helemaal afloopt, komt al het goede van het vissersdorp tegen: de handels-, vissers- en de jachthaven, veel visrestaurants en gezellige terrassen, winkels en boetiekjes, het Visserijmuseum en aan het uiteinde, bij het strand, het uitkijkpunt met een panoramisch uitzicht over de monding van de Westerschelde en het dorp.
Cadzand-Bad (790 inwoners, incl.
Cadzand-Dorp)
Cadzand-Bad is de grootste badplaats van de regio met een
gemoedelijke sfeer. Je kunt er genieten van zee, strand, duinen en
de gezellige winkels en terrasjes aan Boulevard de Wielingen.
Eeuwenoude haaientanden worden hier meer dan eens gevonden op het
strand. Bij laag water is het mogelijk om van Cadzand-Bad onder
leiding van een gids naar Knokke te lopen. Dit doe je via
natuurgebied Het Zwin, waar je talrijke zeldzame vogels en planten
kunt spotten. Momenteel wordt er gewerkt aan een kwaliteitsslag
voor Cadzand-Bad, zodat het verder uitgroeit tot een natuurlijke,
stijlvolle badplaats met allure.
Cadzand-Dorp (790
inwoners, incl. Cadzand-Bad)
Cadzand-Dorp is één van de oudste middeleeuwse ringdorpen in Europa. Dat kan je vandaag de dag nog zien aan het dorp (huizen zijn gebouwd rond de kerk). De sfeer is er gemoedelijk. Blikvangers zijn de vroeg-gotische Hervormde Kerk en de korenmolen ‘Nooit Gedacht’. Daarnaast is het dorp een aantal jaren geleden verfraaid met authentieke uithangborden, een dorpspomp en een smeedijzeren abri. Cadzand-Dorp heeft ook een permanente Wereldvredesvlam met vuur uit alle continenten. Deze vlam brandt op slechts vijf andere plaatsen ter wereld.
Het grensplaatsje Eede, of d’Ee zoals het dorp in de volksmond
heet, is een klein, landelijk gelegen boerendorp. Toch is Eede
nationaal bekend. Koningin Wilhelmina zette er in 1945 voor het
eerst weer voet op Nederlandse bodem, na vijf jaar ballingschap
tijdens de oorlog.
Het dorp heeft een hechte dorpsgemeenschap, die de herinnering aan
deze bijzondere gebeurtenis levend houdt.
Schilderachtig zeggen ze over Groede. Dat is ook zo! Dat Groede
pittoresk is en een rijk historisch verleden heeft, dankt het
vooral aan de eerbied die de inwoners altijd voor hun dorp hebben
gehad. Bovendien is het dorp grotendeels ongeschonden uit de Tweede
Wereldoorlog gekomen, omdat het een Rode Kruis-dorp was en de
neutraliteitsstatus door de strijdende partijen werd gerespecteerd.
De parel van Groede is het museumstraatje Het Vlaemsche Erfgoed.
Daar zie je hoe het leven er in West Zeeuws-Vlaanderen een eeuw
geleden uitzag. Je ziet er hoe vakmensen, zoals de bakker, de smid
en de timmerman, rond die tijd hun beroep uitoefenden. Vergeet ook
niet een kijkje te nemen in de kruidenierswinkel, het poppenatelier
en de kruidenierswinkel.
Het piepkleine kustplaatsje Hoofdplaat onderaan de Westerscheldedijk is het jongste dorp van Zeeuws-Vlaanderen. Vanaf de dijk en vanaf de twintig meter lange steiger aan het einde van de strekdam heeft u een prachtig uitzicht op de Westerschelde. Vanaf de dijk kunt u dikwijls de zonnende zeehonden zien op de zandbank De Hooge Platen.
Nieuwvliet-Bad (460 inwoners, incl. Nieuwvliet-Dorp)
De breedste stranden van West Zeeuws-Vlaanderen vindt u in Nieuwvliet-Bad. Het is bovendien dé familiebadplaats bij uitstek. Kindvriendelijkheid staat hoog in het vaandel. Onder professioneel toezicht van strandwachten kunnen kinderen er veilig zwemmen en spelen op het strand.
Nieuwvliet-Dorp (460 inwoners, incl. Nieuwvliet-Bad)
Ook in Nieuwvliet-Dorp staan kinderen centraal. De maritieme sporen door het hele dorp vormen misschien wel de langste spoorzoekertocht van Zeeland. In Nieuwvliet is verder van alles te doen, voor de allerkleinsten tot de allergrootsten. Spelen op het speelplein, knutselen en verdwalen in het doolhof bij speelboerderij Pierewiet en powerkiten en polsstokverspringen op het vliegterrein Nieuwvliet. Ze zullen zich geen moment vervelen.
In centrumplaats Oostburg is het fijn winkelen. Door het
autoluwe centrum, de spelzuilen en de fonteintjes is het er
bovendien erg aangenaam voor kinderen. Ze kunnen er naar hartelust
spelen. Op woensdag is het altijd er altijd extra gezellig druk,
want dan is er een grote weekmarkt en ’s avonds is het koopavond.
Het symbool van Oostburg is de Eenhoorn. Hij staat voor de kracht
en moed van de bevolking. Tijdens de Tweede Wereldoorlog heeft
Oostburg het zwaar te verduren gehad: enorme verwoestingen, heel
veel slachtoffers. Tijdens de slag om de Westerschelde (operatie
Switchback) is de hele kern van Oostburg verwoest. Oorlogsmuseum
Switchback is gewijd aan deze dramatische periode uit de
historie.
Een bijzondere naam voor een bijzonder dorpje. Dit Franse woord
betekend verschansing of bolwerk. Het staat voor de vestiging die
het vroeger was, gesticht door prins Maurits, na de verovering van
Sluis in 1604, om de Zwingeul tijdens de Tachtigjarige Oorlog tegen
de Spanjaarden te beschermen. Van de vesting zijn nog
overblijfselen rond Retranchement te herkennen, zoals de wallen en
fort Nassau.
In bezoekerscentrum ’t Zwin in Retranchement komt u alles te weten
over het gelijknamige natuurgebied. Het verhaal van mens en
landschap, van enorme welvaart en diep verval. Op een interactieve
en speelse manier worden zelfs de kleinsten hier iets bijgebracht
over (de geschiedenis van) het natuurgebied.
Landbouwdorp Schoondijke is al eeuwen oud. Het bestond al in 1248. Het heette toen echter Vuyldijke. Door opzettelijke overstroming (inundatie) werd het tijdens de Tachtigjarige Oorlog verwoest. In 1652 verschenen er weer huizen. Deze bebouwing ging aanvankelijk door het leven als Willemsdorp, genoemd naar Willem II. Later gaven de bewoners de voorkeur aan de naam Schoondijke, ongetwijfeld geïnspireerd door de oorspronkelijke naam. Hoewel het belang van de landbouw ook hier is afgenomen, is het agrarische karakter rondom Schoondijke nog duidelijk aanwezig. De landbouwsfeer tref je in het dorp ook aan in de vorm van beelden, zoals Het Paard, De Zaaier en Het wassende Graan, en de stenen korenmolen.
Een sfeervol dorpje omringd door kreken en vlakbij de Belgische grens. Niet te missen in Sint Kruis is de robuuste 15e eeuwse stompe toren van de Nederlands Hervormde Kerk, in de volksmond: ‘De Peperbusse’. Tijdens de Reformatie werd deze katholieke kerk protestants en de pastoor de eerste dominee.
De vestingstadje Sluis is populair. Het biedt iedereen 7 dagen
op 7, zomer en winter, een divers aanbod van horeca, cultuur,
detailhandel én gezelligheid, en trekt jaarlijks 4,5 miljoen
bezoekers.
Wie nog nooit in Sluis is geweest, kan het beste beginnen op de 14e
eeuwse toren van het stadhuis, het enige Vlaamse Belfort van
Nederland. Vanaf deze plek heeft u een prachtig uitzicht over de
stad en het West Zeeuws-Vlaamse polderlandschap. U maakt dan meteen
ook van dichtbij kennis met Jantje van Sluis. Bij hem hoort een
wonderlijk verhaal. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648)
wilden de Spanjaarden de stad veroveren. Zij hadden afgesproken om
’s nachts, bij het luiden van de klok, over te gaan tot de aanval.
Alleen... de klok luidde die nacht niet. Wat bleek, klokkenluider
Jantje had op de kermis te diep in het glaasje gekeken en versliep
zich. Ook toen was het hier dus al gezellig. Hij is nu wel op z’n
post. Elk kwartier laat hij het carillon van het stadhuis
spelen.
Breng ook eens een bezoekje aan het nabijgelegen Sint Anna ter Muiden. Het rustieke plein met leilindes en fraaie historische panden is Zeelands eerste beschermde stadsgezicht. Opvallend is de 17e eeuwse kerk met marktante toren uit de 14e eeuw. In het voormalige gemeentehuisje worden regelmatig exposities gehouden.
Waterlandkerkje (553 inwoners)
Eén van de oudste grenspalen van ons land, een zogenaamde ‘tiendenpaal’, staat opgesteld op het Redouteplein van Waterlandkerkje. Deze plaats werd in de volksmond ‘’t Kerkje’ genoemd. De kerk heeft altijd centraal gestaan binnen de leefgemeenschap. De huizen werden er in de loop der jaren omheen gebouwd. Pas in 1796 kreeg het de naam ‘Waterland’. Ongeveer een kwart eeuw later werd de officiële naam ‘Waterlandkerkje’.
In 1604 verdreven de troepen van prins Maurits de Spanjaarden uit hun ‘onneembare’ vesting Ysendijck. Van het fort is nog een bolwerk over. Een vooruitgeschoven post midden in de gracht. Van hieruit konden de soldaten de wallen links en rechts gamekkelijk onder vuur houden. Nu lopen er herten rond. Maurits is weer terug in IJzendijke. Op de Markt kijkt een bronzen prins Maurtis triomfantelijk over zijn schaakbord. Elk schaakstuk symboliseert een succesvolle veldslag. Je komt de prins ook tegen in museum Het Bolwerk, museum van de Staats-Spaanse linies. Het museum richt zich op de krijgsgeschiedenis en vestingbouwkunde in (West) Zeeuws-Vlaanderen van de Romeinse tijd tot het heden. Het accent ligt op de tijd van de Republiek, dat wil zeggen de tijd van de Staats-Spaanse linies. De grote historische rol, het leven en het werk van Prins Maurits hebben hierin een centrale plaats.
Fietsliefhebbers kunnen Zuidzande bijna niet missen. Het ligt op de kruising van twee populaire fietsroutes: de Panoramaroute en de Zwinroute. Het polderlandschap rond Zuidzande is één van de mooiste in Zeeuws-Vlaanderen. Zuidzande is zijn bestaan ooit begonnen als een klein eiland ten zuidoosten van het veel grotere Eiland van Cadzand. Dankzij inpolderingen in de 16e en 17e eeuw zijn ze met elkaar vergroeid. Aan de ligging van de dijken tussen de polders kun je dat nog goed zien.