De gemeente Sluis kent als een van de weinige
Zeeuwse gemeenten een eigen cultuurnota. In de cultuurnota staan de
krijtlijnen voor het cultuurbeleid voor de periode 2004 t/m 2008.
De nota werd in 2004 door de gemeenteraad vastgesteld. De
uitgangspunten van de cultuurnota 2004-2008 zijn nog van kracht in
afwachting van de adviezen van de Raad voor maatschappelijke
ontwikkeling (Rmo).
Culturele activiteiten leiden vaak tot ontroering, spelvreugde, bewondering en bezinning, maar zij brengen ook mensen bij elkaar. Geschat wordt dat zo’n veertig procent van de inwoners van de gemeente zich op één of andere manier bezighoudt met cultuur. De één speelt in een muziekgezelschap, de ander schrijft gedichten, de volgende is bestuurslid van het bibliotheekwerk. Iedereen leest, iedereen luistert naar muziek, iedereen weet iets over de geschiedenis van zijn eigen dorp.
Economische
waarde
De waarde van cultuur is vaak niet in geld uit te drukken,
maar kost wel geld. Maar... levert ook geld op. De economische
waarde van culturele activiteiten wordt vaak onderschat. In directe
zin ontleent een fors aantal mensen hieraan een (aanvullend)
inkomen. Indirect vloeien via de cultuursector middelen naar
drukkerijen, gebouwenverhuurders, kledingmakers, bronsgieterijen,
inrichters, decorbouwers, belichters, geluidstechnici,
instrumentmakers en vooral ook horecaondernemingen. In Sluis worden
elk jaar culturele activiteiten uitgevoerd met een totale waarde
van ruim 2 miljoen euro. De gemeente bekostigt hiervan ongeveer
zeventig procent.
Stichting Johan Hendrik van
Dale
Onderdeel van de cultuurnota is de oprichting van de
Stichting Johan Hendrik van Dale. Deze stichting heeft tot doel om
via aantrekkelijke en hoogwaardige (literaire) activiteiten extra
publiek naar de stad Sluis te halen. De stichting heeft enkele
bijzonder geslaagde activiteiten georganiseerd en is inmiddels
gefuseerd met de Stichting Raadskelder.
Aardenburg
Cultuurstad
De Stichting Cultureel Aardenburg voert sinds enige jaren het
zogeheten “Poëticum” uit. Dit is een reeks poëziegerelateerde
activiteiten, deels in de open ruimte, die in het kader van
“Aardenburg Cultuurstad” Aardenburg als poëziestad nieuw elan
geeft. Het Poëticum verdient naar het oordeel van de gemeente een
verdere uitbouw. De gemeente geeft hierbij sturing aan de concrete
vormgeving waar het de openbare ruimte betreft. Verder stelt de
gemeente met de cultuurnota de Stichting Cultureel Aardenburg in de
gelegenheid haar beleid voort te zetten met onder andere de
Culturele Week Aardenburg en wordt de samenwerking met de gemeente
geïntensiveerd.
Musea
Een ander onderdeel van de nota is het plan voor de
oprichting van een museumfederatie om de kwaliteit van de musea in
de gemeente te verhogen en de samenwerking tussen de musea te
versterken. Verder onderzoekt de gemeente, in nauwe samenwerking
met het kerkbestuur en de Rijksgebouwendienst, naar mogelijkheden
om de St. Baafskerk te Aardenburg grotere gebruiksmogelijkheden te
geven. In het kader van de projecten Roma en Staats-Spaanse Linies
zijn de musea in Aardenburg en IJzendijke heringericht.
Podiumkunsten
De financiele steun aan de Matthäuspassion, de
Zomeravondconcerten, het Zeeuws Orkest en het Ledeltheater wordt
voortgezet. Het Festival van Zeeuws-Vlaanderen heeft blijvend steun
van de gemeente.
En nog veel
meer
De amateuristische cultuursector zal worden gestimuleerd door
op projectmatige basis in te zetten op kwaliteitsverbetering en
meer samenwerking. De cultuurmenu’s worden voortgezet en een
intensieve samenwerking tussen de Muziekschool en de Stichting
Muziekcollectief wordt voorgestaan. Er wordt geïnvesteerd in de
beeldende buitenkunst. Voor het op orde brengen van het (oud)
archief zijn extra middelen uitgetrokken.
De gemeente wil met deze inspanningen in de cultuursector de leefbaarheid in en aantrekkelijkheid van het gebied een extra impuls geven. Hier kunnen zowel de inwoners als de verblijfstoeristen en dagrecreanten van profiteren.